Het werk van Tineke Tukker gaat over 'zijn' en 'verdwijnen'. Waar is de balans in het kijken tussen deze twee gegevens. Het licht en de afstand spelen een belangrijke rol. De reflectie van het licht versterken de geschilderde beelden. Toeristische punten, industrie, een hoek uit een huiskamer en zelfs bloemen zijn spannend genoeg om een toverachtige wereld te laten zien. De schilder heeft een snelle penseelstreek, laag op laag brengt zij beweging in de verf. Soms wilt het beeld maar moeilijk stilstaan.  

Ver weg zijn de landschappen. De onderwerpen zijn vergankelijk. De ene dag staat het er een andere dag kan het zomaar verplaatst zijn. Of het heeft door het licht een hele andere uitstraling en is een ander landschap geworden.

Naderbij zijn de kamers met tafels en stillevens. Ze zijn als het landschap waar je doorheen kunt wandelen. Ook hier bepaalt het licht de objecten en wat hiervan gezien kan worden.

Dichtbij zijn de bloemen , waar de schilder zo op inzoomt dat het kleurvlakken worden, die lijken te bewegen. In de schilderkunst is het een genre om de schoonheid en de vergankelijkheid van de schepping te laten zien. Tineke transformeert hier de bloemen tot bijna abstracte vormen.